Eric Schmidt & Jonathan Rosenberg
2014

Wil jij How Google Works ook lezen?

Oké, ik zal eerlijk zijn. Toen ik dit boek op mijn to read lijst plaatste was ik in de veronderstelling dat dit boek me zou gaan vertellen aan de hand van welke factoren Google een pagina een bepaalde positie in de zoekresultaten geeft.

Toen ik begon te lezen merkte ik al snel dat het boek dan wel How Google Search Works zou hebben geheten. In plaats van het uitleggen van het algoritme van Google Search, legt die boek de werkwijze en visie van Google uit.

Google dat in 1998 is begonnen door Larry Page en Sergey Brin is namelijk niet zomaar een bedrijf te noemen. Iedereen kent én gebruikt Google. Is het niet Google Search, dan is het wel Google Maps, is het niet Google Maps dan is het wel YouTube en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Sergey Brin met Google Glass (links) en Larry Page. De oprichters van Google

Dit boek, geschreven door Eric Schmidt en Jonathan Rosenberg, is tot stand gekomen toen eerder genoemden werden gevraagd om met een businessplan te komen om de voorsprong die Google had op bedrijven als AOL, Microsoft en andere tech-giganten te kunnen behouden en het liefst te kunnen vergroten.

Smart creatives

Door How Google Works heen hebben Eric en Jonathan het steeds over smart creatives.

De hele arbeidsmarkt is enorm veranderd sinds de komst van technologie. Waar we vroeger eigenlijk alleen spraken van arbeiders hebben we tegenwoordig allerlei verschillende soorten arbeiders. Door de komst van de technologie hebben we nu bijvoorbeeld zogenaamde knowledge workers.

Mensen die fysiek wellicht niet zulk zwaar werk verrichten maar vooral bezig zijn met het vergaren en behandelen van informatie.

In onderstaande quote geven zij aan wat, volgens hun, het verschil is tussen knowledge workers en smart creatives.

They are not confined to specific tasks. They are not limited in their access to the company’s information and computing power. They are not averse to taking risks, nor are they punished or held back in any way when those risky initiatives fail.

They are not hemmed in by role definitions or organizational structures; in fact, they are encouraged to exercise their own ideas. They don’t keep quiet when they disagree with something.

They get bored easily and shift jobs a lot. They are multidimensional, usually combining technical depth with business savvy and creative flair.

In other words, they are not knowledge workers, at least not in the traditional sense. They are a new kind of animal, a type we call a “smart creative,” and they are the key to achieving success in the Internet Century.

Met andere woorden Google ziet een nieuw soort arbeiders en gelooft dat deze mensen, de smart creatives, de sleutel tot succes zijn voor bedrijven in deze tijd.

Wat ik vooral interessant vind aan de uitleg met betrekking tot smart creatives is hoe het boek tot in detail uitlegt hoe Google probeert om een werksituatie te creëren om hun smart creatives te willen laten blijven.

In plaats van hun aandacht te richten op contracten waar werknemers (Google’ers genoemd in het boek) niet of moeilijk onder uit kunnen komen richt Google zich op het zo aangenaam mogelijk maken van werken bij Google.

Belangrijk punt daarbij is dat Google dat niet doet door simpelweg wat extra cijfers op de bankrekeningen van hun smart creatives bij te schrijven.

Jonathan Rosenberg (links) en Eric Schmidt

Natuurlijk erkennen Eric en Jonathan dat het salaris een belangrijke rol speelt in het tevreden houden van de smart creatives maar daarnaast zijn nog enkele belangrijke aspecten die minstens zo belangrijk zijn.

Zo was het vanaf het begin af aan al geen probleem bij Google als je jouw hond mee naar kantoor nam, je ’s ochtends een paar uur later kwam en dat de volgende dag in zou halen en is het kledingvoorschrift bij Google ‘je moet iets dragen*’.

Een betere zoekmachine voor gebruikers

“Op een nacht had ik een droom en werd ik wakker met een idee. Wat als je het hele internet zou kunnen downloaden en alle verwijzingen naar pagina’s daar uit zou kunnen halen? Ik pakte pen en papier en begon te schetsen en schrijven om te kijken of mijn idee enigszins haalbaar was.

Het hele idee voor het beginnen van een zoekmachine was op dat moment helemaal niet in mijn hoofd voor gekomen. Pas veel later bespraken Sergey en ik dat een zoekmachine veel betere resultaten kan opleveren wanneer het kijkt naar de verwijzingen van de pagina’s in de zoekmachine.”

Bovenstaand stuk komt uit het voorwoord van How Google Works, geschreven door mede Google oprichter Larry Page.

Het is een voorbode voor wat later in het boek wordt beschreven door Eric en Jonathan. Later in het boek zul je er namelijk achterkomen dat Google aan de ene kant is begonnen als een schoolproject en aan de andere kant is ontstaan uit de onvrede van Larry Page en Sergey Brin.

Zoals je misschien weet is het internet rond 1996 een beetje op gang gekomen voor de gemiddelde consument. Al snel sprongen bedrijven als AOL de markt in met zoekmachines.

Net als vandaag de dag kon je gebruik maken van een zoekmachine door een of meerdere woorden in te typen en de zoekmachine ging vervolgens op zoek naar het beste resultaat.

Het grote verschil tussen toen en nu is dat resultaat.

Waar je vroeger hoog kon scoren in een zoekmachine door op jouw pagina zo vaak mogelijk het zoekwoord – waar je op gevonden wilt worden – te verwerken, is dat vandaag de dag niet meer mogelijk.

Halverwege de jaren ’90 gingen Larry Page en Sergey Brin, als onderdeel van hun PhD project, op bezoek bij enkele bedrijven die op dat moment al bezig waren met zoekmachines.

In the mid-’90s, when Larry and Sergey began to research the PhD thesis project that would become Google, the leading search engines ranked their results based on the content of a website.

If you typed in a query such as “university,” you were just as likely to get a link to the website of a bookstore or a bike shop as you were to get one to an actual university.

In fact, during a visit to one of those search companies, Larry complained about the poor results he got when he used the “university” query with their product. The fault was his, he was told. He should have been more precise with his query.

So Larry and Sergey discovered a better way. They figured out that they could determine the quality of a web page—how relevant its content would be in answering the user’s query—by figuring out which other pages linked to it.

Find a page that a lot of other pages point to, and you have probably found a page with higher-quality content.

Dit is dan ook meteen een van de grootste redenen voor de doorbraak van Google. Door te kijken welke pagina’s op het internet met elkaar verbonden zijn is het voor Google mogelijk om beter in te schatten waar een specifieke pagina over gaat.

Hierdoor is het mogelijk om de gebruikers een beter resultaat te geven op hun zoekopdracht.

Voor wie is How Google Works?

Het boek is interessant voor iedereen die wil weten hoe Google denkt en dagelijks bezig is het met het verbeteren van hun dienstverlening en producten. Het is in het bijzonder interessant voor ondernemers.

Of je nou freelancer, MKB’er of multinational bent en of je nou werkt aan een eigen blog of aan het worden van de nieuwe Google, dit boek geeft je een kijkje in de keuken van misschien wel het meest succesvolle bedrijf in de afgelopen 50 jaar.

* “Eric was once asked at a company meeting what the Google dress code was. “You must wear something” was his answer.”

Wil jij How Google Works ook lezen? De hardcover versie is voor € 29,99 te koop bij Bol.com

Groeien als ondernemer?

Ontvang wekelijks een e-mail voor een betere business

Je gegevens zijn veilig en zullen nooit met derde partijen worden gedeeld.